Antroposofische geneesmiddelen

Antroposofische geneesmiddelen zijn van minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong. Ook metalen worden als grondstof gebruikt. Met deze stoffen uit de natuur heeft ons lichaam een bepaalde verwantschap. Allerlei farmaceutische processen worden ingezet om de substanties te ontsluiten, hun werking te versterken en ze geschikt te maken als geneesmiddel. Belangrijk hierbij zijn verschillende soorten warmteprocessen.

Een deel van deze geneesmiddelen zijn homeopathisch gepotentieerde middelen. De woorden potentiėren of dynamiseren komen uit het Grieks en betekenen ‘in kracht doen toenemen’. Dit doen we door de geneeskrachtige substanties op ritmische wijze te verdunnen onder krachtig schudden en hierdoor over een steeds groter oppervlak uit te breiden. Hierbij verdwijnt de fysieke stof geleidelijk en gaat de energie over naar het verdunningsmedium.

Een groot aantal van deze geneesmiddelen zijn geconcentreerde plantaardige middelen (fytotherapie) of complex samengestelde middelen. Een bijzondere categorie geneesmiddelen vormen de zogenoemde gevegetabiliseerde geneesmiddelen. Hierbij is de specifieke werking van een metaal verbonden met die van een plant.